Burn-out vraagt gezamenlijke aanpak verzekeraar én werkgever

Hoewel het aantal burn-outs exponentieel toeneemt, is tussenkomst van verzekeringscontracten gewaarborgd inkomen niet vanzelfsprekend. Werkgevers die zich goed willen wapenen, maken naast hun verzekering best werk van een proactief beleid.

Burn-out vraagt gezamenlijke aanpak verzekeraar én werkgever

Waren rugklachten vroeger de grootste oorzaak van langdurige arbeidsongeschiktheid, dan zijn psychosociale stoornissen vandaag de boosdoeners. Het aandeel van psychische aandoeningen in de ziekte-uitkeringen is de afgelopen jaren opgelopen tot 35%. Ze zijn, naast vergrijzing, de belangrijkste oorzaak voor de sterke toename van langdurig zieken in ons land. Dé aandoening van onze tijd? Burn-out. Liefst de helft van de Vlamingen vreest er op lange of korte termijn slachtoffer van te worden, bleek uit een recente bevraging.

Containerbegrip

Ook op de werkvloer richt de oprukkende ziekte schade aan. Hoe kunnen bedrijven zich het best indekken tegen burn-outs?

Veel werkgevers hebben een collectieve polis gewaarborgd inkomen afgesloten voor hun werknemers. Maar lang niet alle arbeidsongeschiktheidsverzekeringen dekken een burn-out. Wie er zijn polis aandachtig op naleest, zal zien dat ‘subjectieve of niet-objectiveerbare psychische stoornissen’ veelal worden uitgesloten. Om de objectiveerbaarheid te staven, hanteren verzekeraars daarom het DSM V, een internationaal naslagwerk met uniforme diagnoses voor mentale aandoeningen. Maar voor een burn-out is er vooralsnog geen uniforme diagnose beschikbaar. De ziekte is tot op vandaag niet opgenomen in DSM. Burn-out blijft voorlopig nog een containerbegrip, dat vaak ten onrechte wordt geplakt op andere problemen als depressie of overspanning. Bijgevolg valt de aandoening in de standaard arbeidsongeschiktheidsverzekeringen uit de boot.

Voorwaarden en beperkingen

Door de toegenomen aandacht voor de ziekte, zien we dat steeds meer verzekeraars toch de mogelijkheid geven om burn-out te verzekeren. Maar, en hier zit het addertje, vaak tegen een extra premie, onder andere voorwaarden en met beperkingen. Zo vragen veel verzekeraars een diagnose van een erkend psychiater, waardoor verslagen van psychologen niet volstaan. Ook een aangepaste carenztijd en duurtijd zijn gebruikelijk. Soms wordt de tussenkomst ingeperkt. Zo kan de verzekeraar bijvoorbeeld pas tussenkomen na zes maanden, 90% van de gebruikelijke rente uitbetalen of de dekking bij psychologische aandoeningen beperken tot twee jaar uitkering.

Ook re-integratie wordt steeds meer opgenomen in het pakket. Verzekeraars nemen een derde partij onder de arm, die zieke werknemers – mits hun toestemming – begeleidt bij hun terugkeer naar de werkvloer. Die begeleiding gaat heel breed: gaande van gesprekken met psychologen, sessies met loopbaancoaches, fysieke begeleiding tot het faciliteren van aanpassingen op de werkvloer.

Rol werkgever

Een andere belangrijke trend is dat overheid en verzekeraars steeds meer belang hechten aan de rol van de werkgever. Zo koppelen veel verzekeraars de hoogte van de verzekeringspremie aan de aanwezigheid van een preventiebeleid. Niet verwonderlijk, als je weet dat bij een deel van de burn-outs in Vlaanderen een arbeidsconflict aan de basis ligt.

Ook op het vlak van re-integratie kan je als werkgever niet langer aan de zijlijn staan. Eind vorig jaar trad het koninklijk besluit in werking dat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers moet versnellen via een traject op maat. En de overheid zet druk op de ketel: werkgevers die te weinig moeite doen om hun werknemers opnieuw te integreren en activeren, riskeren binnenkort een boete.

Proactief

Bij Vanbreda geloven we sterk in een globale aanpak. Zo werken wij aan een alternatief model. We laten de derde partij achterwege, en laten de verzekeringsarts en arbeidsgeneesheer samenwerken in het aanpakken van langdurige afwezigheden.

De verzekeringsarts heeft inzicht in de medische toestand van de werknemer, terwijl de arbeidsgeneesheer de arbeidscontext beter kan inschatten. Door beide samen te brengen, kunnen we beter oordelen over hoe de medische situatie de economische arbeidsongeschiktheid van de werknemer beïnvloedt. Dat leidt tot een correcte uitbetaling
van zieke werknemers en efficiënte re-integratietrajecten. Daarbij kunnen de concrete ervaringen van de arbeidsgeneeskundige dienst bijdragen aan een effectief preventiebeleid van de werkgever.

Een dergelijke methode, waarbij werknemer, werkgever en verzekeraar intensief samenwerken, loont. Zo zal het aantal uitbetalingen teruglopen, de werkgever loopt minder kans op een hogere premie en werknemers die sneller (deels) opnieuw actief zijn, genezen sneller. De werkgever zal in de toekomst sowieso een grote rol moeten spelen met een proactief preventie- en reactiveringsbeleid. Wie slim is, begint daar vandaag al aan.

Evelyne Lauwers

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.