Aanvullend pensioen: gunstige taxatie voor een volledige loopbaan – de fiscus verduidelijkt

Sinds 1 januari 2019 genieten personen die effectief actief zijn gebleven tot op het moment waarop ze een volledige loopbaan achter de rug hebben eveneens van het gunstig belastingstelsel op hun aanvullend pensioenkapitaal opgebouwd met werkgeversbijdragen. Hieromtrent publiceerde de fiscus recent twee circulaires. Valérie Rogge, Legal Consultant bij Vanbreda Risk & Benefits, licht toe.

Aanvullend pensioen: gunstige taxatie voor een volledige loopbaan – de fiscus verduidelijkt

Historisch kader

Om de Belgische vergrijzingsproblematiek aan te pakken door meer mensen aan het werk te krijgen en ze aan te moedigen langer aan het werk te blijven, werd 15 jaren geleden het Generatiepact gesloten.

Eén van de stimuli om de mensen langer aan het werk te houden, bestond in de invoering van een gunstig belastingregime van 10% op aanvullende pensioenkapitalen gevormd door werkgeversbijdragen en dit voor de werknemers die effectief actief bleven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd, ongeacht of ze een volledige loopbaan hadden of niet.

Een collega-werknemer die op vervroegd pensioen ging (eventueel wel een volledige loopbaan achter de rug had), voldeed niet aan de voorwaarde van effectief actief tot aan de wettelijke pensioenleeftijd waardoor zijn aanvullend pensioenkapitaal niet kon genieten van de gunstige taxatie.

Ongelijke fiscale behandeling leidt tot onduidelijkheid

In 2019 wenste men deze ongelijke fiscale behandeling weg te werken maar dit gaf aanleiding tot onduidelijkheid. De wetgever stelt immers dat het aanvullend pensioenkapitaal van personen die de wettelijke pensioenleeftijd[1] niet hebben bereikt, gunstig belast zullen worden op voorwaarde dat zij:

  • ‘een volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving’ kunnen voorleggen én
  • ‘effectief actief’ zijn gebleven.

Gezien de bovenvermelde voorwaarden nergens éénduidig zijn gedefinieerd in de wetgeving, geeft dit bij zowel verzekeraars als pensioenfondsen aanleiding tot verwarring over de toepassing en interpretatie van deze voorwaarden en over hoeveel de precies in te houden bedrijfsvoorheffing bedraagt in bepaalde dossiers.

[1] De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt op heden 65 jaar, 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030.

Volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving

Eind 2019 wordt een eerste circulaire[2] gepubliceerd waarin men in overleg met de Federale Pensioendienst verduidelijkt wat men dient te begrijpen onder de notie volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving. Het betreft een loopbaan van minstens 45 jaar waarvan elk jaar de voorwaarde vervult om in aanmerking genomen te worden voor het vervroegd pensioen.

  • voor zelfstandigen zijn dit de jaren waarin de betrokkene minstens 2 kwartalen heeft gewerkt. Elk kwartaal vertegenwoordigt 78 dagen (312 dagen/4);
  • voor werknemer zijn dit de jaren met een tewerkstelling van ten minste 1/3de van een voltijdse arbeidsregeling (312 dagen/3 = 104 dagen).

Bovendien dient men ononderbroken effectief actief te zijn binnen een referentieperiode van 3 jaren voorafgaand aan het moment waarop men beschikt over een volledige loopbaan. Ook hier brengt de circulaire verdere verduidelijkingen aan voornamelijk op het vlak van periodes van inactiviteit en in hoeverre zij gelijkgesteld worden met periodes van effectieve activiteit.

Valérie Rogge: “Het is een goede zaak dat de wetgever de ongelijkheid op vlak van aanvullende pensioenkapitalen heeft weggewerkt. Er deden zich immers situaties voor personen die bijvoorbeeld op de leeftijd van 18 startten aan hun professionele loopbaan en op hun 63ste met pensioen gingen (na 45 gewerkte jaren) een zwaardere taxatie kenden van hun aanvullend pensioenkapitaal dan zij die op de wettelijke pensioenleeftijd pensioneerden, maar geen 45 jaren hadden gewerkt. De circulaire zorgt ondertussen voor een betere toepassing van wat de wetgever voor ogen had in 2019 waardoor het vandaag duidelijk is wie recht heeft op de gunstige taxatie van 10,09%. Voor de dossiers waar er teveel bedrijfsvoorheffing werd/wordt ingehouden, publiceerde de belastingadministratie op 21 februari jongstleden een bijvoegsel 5 aan haar oorspronkelijke circulaire en geeft ook hier meer toelichting hoe en in welk geval de teveel doorgestorte bedrijfsvoorheffing kan gerecupereerd worden.”

[2] Circulaire 2019/C/135 over de notie ‘effectief actief’ en volledige loopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving

Bewijs van volledige loopbaan nodig?

Om te kunnen aantonen dat een persoon recht heeft op de gunstige taxatie dient die persoon een attest van ‘volledige loopbaan met gunstig tarief’ voor te leggen. De circulaire van de FOD Financiën geeft in dat kader aan dat het de bevoegdheid is van de Federale Pensioendienst om te beslissen of iemand een volledige loopbaan heeft bereikt.

Het is dus niet aan de fiscus om dit te beoordelen. De belastingplichtige kan het attest rechtstreeks aanvragen bij de Federale Pensioendienst zodat hij het attest kan voorleggen aan de pensioeninstelling én de fiscus.

Dit bewijs stelt verzekeraars of pensioenfondsen in staat om de correcte bedrijfsvoorheffing in te houden en door te storten.

Valérie Rogge

Wij zijn er voor u.

Heeft u vragen over uw aanvullend pensioen? Of heeft u interesse in een pensioenplan op maat van uw onderneming? Voor meer informatie kan u bij ons terecht via e-mail: ebservices@vanbreda.be.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.