IORP II: De nieuwe Europese pensioenfondsrichtlijn

De nieuwe Europese pensioenfondsrichtlijn regelt de werkzaamheden van en het toezicht op de Instellingen voor Bedrijfsvoorziening (IBP’s of pensioenfondsen). We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rijtje.

De nieuwe Europese pensioenfondsrichtlijn

Op 23 december 2016 werd de IORP II richtlijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.Zo is meteen de opvolger van de IORP I Richtlijn 2003/41/EG van 1 januari 2003 bekend die de werkzaamheden van en het toezicht op de Instellingen voor Bedrijfsvoorziening (IBP’s of pensioenfondsen) regelt.

Met deze nieuwe Richtlijn beoogde men een aantal doelstellingen te bereiken:

  • Een betere bescherming garanderen voor de aangeslotenen en de begunstigden;
  • De mobiliteit van werknemers tussen verschillende lidstaten bevorderen;
  • De informatieverstrekking aan de aangeslotenen en hun begunstigden verbeteren.

België is op gebied van pensioenfondsen een goede leerling en heeft reeds bij de omzetting van de eerste Richtlijn in de Belgische wetgeving een aantal van bovengenoemde doelstellingen nagestreefd.

We geven u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen van de Tweede Richtlijn:

Grensoverschrijdende activiteit

Er is sprake van een grensoverschrijdende activiteit in geval de thuislandstaat van het pensioenfonds een andere is dan de ontvangststaat van de bijdragende onderneming en de werknemer.

Voorbeeld: Als een Nederlandse onderneming bijdragen voor haar Nederlandse werknemer bijdragen betaalt aan een Belgisch pensioenfonds is er sprake van een grensoverschrijdende activiteit.

Tevens licht de Richtlijn de procedure toe voor een grensoverschrijdende transfer van een pensioenfonds. De toezichthoudende autoriteit van het land waar het transfererende pensioenfonds is gevestigd, dienthaar toestemming te geven voorafgaandelijk aan de machtiging door de toezichthoudende overheid van het land waar het ontvangende pensioenfonds is gevestigd. Beide overheden hebben een strikt afgelijnde lijst van criteria die zij mogen onderzoeken.

Bestuurlijke verplichtingen

De Richtlijn bevat een aantal vereisten rond de verloningspolitiek die wordt gehanteerd binnen het pensioenfonds ten aanzien van de personen die het fonds beheren of een sleutelfunctie uitoefenen. Het is momenteel nog onduidelijk hoe ver deze verloningspolitiek gaat en in welke mate bekendmaking van deze verloningspolitiek vereist is.

Tevens werd een sleutelfunctie toegevoegd, met name de risicobeheerfunctie, naast de reeds bestaande rol van interne audit en de actuariële functie. Samen met de interne audit en actuariële functie zal de risicobeheersfunctie moeten instaan voor de toetsing van het eigen risico.

De verschillende functies mogen worden gecombineerd zolang er geen belangenconflict bestaat. Er zal gekeken worden naar de collectiviteit van deze functies om te beoordelen of er een gepast bestuur (“fit and proper management”) aanwezig is.

Informatieverstrekking

De nieuwe Richtlijn heeft ook een aantal toevoegingen gedaan rond de informatieverstrekking aan de begunstigden. In bepaalde gevallen zal op de Personal Benefit Statement (PBS) niet alleen meer een best case scenario maar ook een worstcase scenario moeten staan in de projecties. Ook moeteen detail van de afgetrokken kosten opgenomen worden in de PBS en dient er vermeld te worden waar het individu bijkomende informatie kan verkrijgen over de jaarrekeningen of het jaarverslag van het pensioenfonds.

Geen eigen vermogen

Er worden geen nieuwe verplichtingen inzake Solvency kapitaal voor pensioenfondsen opgelegd.

De Richtlijn treedt in werking op 13 januari 2017, maar is slechts van toepassing vanaf 13 januari 2019. België is momenteel aan het werk om deze richtlijn tijdig om te zetten in nationale wetgeving. Het spreekt voor zich dat dit zal leiden tot aanpassingen van onder meer de huidige IBP-wetgeving.

Saskia Defreyne

Wij zijn er voor u.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.