Zijn hospitalisatieverzekeringen voor gepensioneerden beroepsgebonden?

Naar aanleiding van een arrest van 6 mei 2014 van het Hof van Beroep van Brussel was er de laatste jaren onduidelijkheid over het al dan niet beroepsgebonden karakter van hospitalisatieverzekeringen voor gepensioneerden.

Zijn hospitalisatieverzekeringen voor gepensioneerden beroepsgebonden?

Nochtans is het onderscheid van belang gelet op de verschillende gevolgen die hieraan gekoppeld zijn:

  • Beroepsgebonden hospitalisatieverzekeringen zijn verzekeringen die een verzekeringsnemer afsluit voor verzekerden die op het moment van aansluiting beroepsmatig met de verzekeringsnemer verbonden zijn. Voor deze verzekeringen geldt in principe contractvrijheid wat betreft de duur, premie en waarborgen van de verzekering. Wie de dekking van een beroepsgebonden verzekering verliest, kan die individueel voortzetten.
  • Niet-beroepsgebonden hospitalisatieverzekeringen vormen de restcategorie en deze verzekeringen lopen in principe levenslang. Eens aangegaan kan de verzekeraar ze niet opzeggen. De premie, vrijstelling en prestaties kunnen enkel worden aangepast op basis van de consumptie-index, de medische index of via een verzoek aan de Nationale Bank bij dreigend verlies.

In een arrest van 6 mei 2014 sprak het Hof van Beroep van Brussel zich uit over de vraag of een verzekering voor (brug)gepensioneerden een beroepsgebonden dan wel een niet-beroepsgebonden karakter had. Het Hof kwam tot de conclusie dat een ziekteverzekering waarin uitsluitend gepensioneerden van een werkgever worden gedekt, geen beroepsgebonden verzekering is.

Moment van aansluiting

Op basis van een strikte lezing van de wetgeving, stelde het Hof dat er gekeken dient te worden naar het moment van aansluiting om te oordelen of er al dan niet een beroepsgebonden karakter is aan de verzekeringsovereenkomst. Volgens het Hof bestond er op het moment van aansluiting van gepensioneerden bij een nieuwe collectieve verzekeringsovereenkomst (gesloten bij een andere verzekeraar) geen relatie meer tussen de verzekeringsnemer en de gepensioneerden en zijn ze dus niet langer beroepsmatig verbonden met de werkgever.

Deze interpretatie van het begrip “beroepsgebonden verzekering” is nooit de bedoeling geweest van de wetgever. Een interpretatieve wet (artikel 78 van de wet van 29 juni 2016 houdende bepalingen betreffende economie) preciseert dat, om te bepalen of een verzekerde op het moment van aansluiting bij deze verzekering beroepsmatig met de verzekeringsnemer verbonden is, enkel gekeken moet worden naar de allereerste aansluiting van de verzekerde. En dit ongeacht latere wijzigingen aan de verzekeringsovereenkomst of ongeacht het veranderen van verzekeraar.

Deze interpretatieve wet werkt terug tot op de datum van invoering van het begrip “beroepsgebonden overeenkomst”. Hierdoor kan er geen discussie meer bestaan over de interpretatie van het begrip “beroepsgebonden”, noch voor lopende overeenkomsten noch voor de gepensioneerden die in het verleden werden aangesloten bij een beroepsgebonden overeenkomst.

Saskia Defreyne
Schrijf u in op onze nieuwsbrief.