Pensioenplan met ‘vaste prestatie’: een reden tot paniek?

De FSMA publiceerde recent een studie waaruit blijkt dat heel wat pensioenplannen van het type ‘vaste prestatie’ op de vervaldag niet het vooropgestelde pensioenkapitaal kunnen uitkeren. Saskia Defreyne, Deputy Director bij Vanbreda Risk & Benefits en expert in aanvullende pensioenen, geeft duiding bij dit onderzoek.

Pensioenplan met ‘vaste prestatie’: een reden tot paniek?

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) onderzocht de pensioenplannen met vaste prestatieformule (‘Defined Benefit’) van ongeveer 170.000 Belgen. Uit de studie blijkt dat 18% van dit type pensioenplannen onvoldoende gefinancierd zijn om aan hun verplichtingen op korte termijn te voldoen.  Voor twee op de drie plannen stelt zich ook een probleem voor de verplichtingen op lange termijn.

Saskia Defreyne, Deputy Director bij Vanbreda Risk & Benefits, beantwoordt enkele belangrijke vragen die kunnen ontstaan bij werkgevers naar aanleiding van het onderzoek van de FSMA.

Laat ons voorafgaand even duidelijk stellen dat de studie van de FSMA zich beperkt tot de vaste prestatieplannen. De laatste 10 tot 15 jaar werden zo goed als geen nieuwe pensioenplannen van het type ‘vaste prestatie’ afgesloten vermits werkgevers de voorbije 15 jaar een duidelijke verschuiving naar ‘vaste bijdrage’-plannen hebben gemaakt. Het betreft dus doorgaans oudere plannen die vaak gesloten zijn. Volgens de studie van de FSMA zijn vaste prestatieplannen nog van toepassing op 10% van alle aangeslotenen in pensioenplannen, maar vertegenwoordigen ze wel nog een behoorlijk aandeel in de totaliteit van verworven reserves van alle aanvullende pensioenplannen (zijnde 37%).

Hoe zijn die tekorten ontstaan?

De boosdoener van deze tekorten zijn de lage rendementen die al meer dan 10 jaar ons financieel klimaat bepalen. Door de strenge solvabiliteitsvereisten die aan verzekeraars worden opgelegd, dienen zij zich eerder risico-avers te gedragen.  Verzekeraars mogen slechts beperkt in aandelen beleggen en dienen zich meer te richten op obligaties die weinig of geen rendement opbrengen. Zij kunnen bijgevolg dan ook geen hoog rendement toekennen op de pensioencontracten waardoor geleidelijk aan een tekort ontstaat op de pensioenprestaties die werden beloofd door de werkgever. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de nodige bijstortingen te doen voor de tekorten die ontstaan.

Is er reden tot paniek?

Nee, er is geen reden tot paniek. Wettelijk heeft de werkgever de verplichting om een voldoende financiering te voorzien voor zijn verplichtingen op korte termijn, niet voor de lange termijn.

De verplichting op korte termijn houdt in dat het bedrag dat elke werknemer in een aanvullend pensioenplan heeft gespaard, moet gefinancierd zijn. Dit noemt men de ‘verworven reserves’.  18% van deze plannen blijkt niet te voldoen aan die minimale financieringsvereiste, al blijkt ook uit de studie van de FSMA dat het financieringsniveau zeer zelden onder de 95% gaat. Met ander woorden: als de som van de verworven reserves  voor een aangeslotene 50.000 euro is, betekent dat er in de meeste gevallen een bedrag van 45.000 euro of meer gefinancierd is.  In de mate dat er dus een tekort is, is dit zeer beperkt. De werkgever heeft de verplichting om dit tekort aan te zuiveren.

In tegenstelling tot de wettelijke financieringsverplichting op korte termijn, bestaat deze verplichting niet voor het engagement dat de werkgever op lange termijn heeft aangegaan, met name het beloofde bedrag op pensionering. Dit worden de ‘verworven prestaties’ genoemd. Volgens de studie van de FSMA is er financieringstekort voor twee op de drie plannen. Concreet betekent dit financieringskort dat met de huidige lage rendementen de gestorte bijdragen niet voldoende rendement zullen opbrengen voor de financiering van de volledige pensioenbelofte.

Wat kan ik als werkgever ondernemen?

Een gezonde financiering van uw vast prestatieplan is in het belang van werkgever en werknemer en verdient dus ook de juiste aandacht. Als werkgever dient u goed in kaart te hebben waar u mogelijk met financieringstekorten voor uw plan geconfronteerd zal worden.  Zowel Vanbreda Risk & Benefits als de verzekeraars kunnen helpen om dit transparant in kaart te brengen.

Op basis daarvan kan u naar andere financieringstechnieken kijken, zoals de omzetting van een tak 21-naar een tak 23-plan of naar het onderbrengen van uw pensioenplan in een pensioenfonds.

Tenslotte wijzen wij er op dat ook de lage rendementen een uitdaging zijn voor vaste bijdragen-plannen waarbij de werkgever gehouden is om een wettelijke rendementsgarantie van 1,75% te voorzien.

Saskia Defreyne

Wij zijn er voor u.

Voor meer informatie contacteer ons via e-mail: ebservices@vanbreda.be.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.