Nieuwe Wijninckxbijdrage beoogt opbouw hoge aanvullende pensioenen

Sinds begin 2019 is de definitieve regeling van de Wijninckxbijdrage van kracht. Deze heffing werd in 2012 ingevoerd en beoogt specifiek de opbouw van hoge aanvullende pensioenen.

Nieuwe Wijninckxbijdrage beoogt opbouw hoge aanvullende pensioenen

De regeling tot en met december 2018

Rechtspersonen en werkgevers moeten de Wijninckxbijdrage van 3% betalen voor aanvullende pensioenplannen voor loontrekkenden en zelfstandigen als de bijdragen voor leven, overlijden en vrijgestelde premies voor 2018 de drempel overschrijden van 32.472,00 EUR. Deze regeling is van toepassing op alle pensioenplannen van de 2e pijler (zelfstandigen en loontrekkenden), uitgezonderd intern gefinancierde pensioenbeloften, VAPZ, RIZIV en POZ. De bijdragen betaald door zowel werkgever als werknemer worden in aanmerking genomen om te beoordelen of de drempel wordt overschreden. Als de bijdragen voor de opbouw van het aanvullend pensioen (zowel leven als overlijden) het drempelbedrag overschrijden, dan is de bijdrage verschuldigd. Deze bijdrage wordt evenwel alleen berekend op het werkgeversdeel, niet op het deel van de werknemer dat de grens overschrijdt.

Wanneer een werkgever voor bijdragejaar 2018 (i.e. premies betaald in 2017) een storting in een aanvullend pensioenplan heeft gedaan van 40.000 EUR, dan zal er een bijdrage verschuldigd zijn van 3% op een bedrag van 7.528 EUR (40.000 EUR – 32.472 EUR), zijnde een verschuldigde bijdrage van 225,84 EUR.

De definitieve regeling sinds 1 januari 2019

De definitieve regeling zal toegepast worden op de bijdragen die in 2018 werden betaald en die aanleiding geven tot het betalen van een Wijninckxbijdrage in 2019. De berekening van de definitieve bijdrage gebeurt in twee stappen:

In de eerste stap wordt nagegaan of er een overschrijding is. In de tweede stap wordt bepaald hoeveel de Wijninckxbijdrage bedraagt in geval van overschrijding.

Eerste stap

Om te bepalen of er overschrijding is, dient de som genomen te worden van het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen. Wanneer die som de grens van het maximum wettelijk pensioen van de openbare sector (i.e. de pensioendoelstelling) van 78.453,60 EUR op jaarbasis overschrijdt, dan zal de bijdrage van 3% verschuldigd zijn.

De bepaling van het wettelijk pensioen is door de wet vastgelegd als een vaste formule, zijnde:

  • Voor loontrekkenden: ‘50% x pensioenplafond voor loontrekkenden x het aantal loopbaanjaren als loontrekkende/45’
  • Voor zelfstandigen: ‘25% x het bedrag van de 2e schijf van het barema sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep x het aantal loopbaanjaren als zelfstandige/45’

Elk aanvullend pensioen (ook overlevingspensioen) telt mee. Deze aanvullende pensioenen worden aan de hand van een omzettingscoëfficiënt omgezet naar een rente om de optelsom met het wettelijk pensioen te kunnen maken en aldus te bepalen of er een overschrijding is.

Tweede stap

Wanneer er een overschrijding wordt vastgesteld, dan zal er een bijdrage van 3% verschuldigd zijn. De basis waarop de bijdrage van 3% verschuldigd is, wordt als volgt berekend. De verworven reserve op 1 januari van het jaar N wordt vergeleken met de verworven reserve op 1 januari van het jaar N -1 (inclusief winstdeling). Er wordt wel een correctie toegepast voor de kapitalisatie en dat op basis van de gemiddelde OLO op 10 jaar over de laatste 6 kalenderjaren voorafgaand aan het bijdragejaar.

Om de reserves te vergelijken, wordt rekening gehouden met alle aanvullende pensioenen, dus ook de contracten VAPZ, RIZIV, POZ en interne financiering van pensioenbeloften, alsook met de reserves van plannen zonder premiebetaling.

Sigedis zal eind 2019 voor de loontrekkenden en de zelfstandige bedrijfsleiders berekenen of er een Wijninckxbijdrage verschuldigd is en hoeveel die zal bedragen.

Saskia Defreyne

Wij zijn er voor u.

Voor meer informatie contacteer ons op het telefoonnummer 03 217 67 67 of via e-mail: ebservices@vanbreda.be.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.