Centraal in de hervorming staat het versterken van de band tussen effectieve tewerkstelling en de opbouw van pensioenrechten. In tegenstelling tot in andere landen, raakt men niet aan de wettelijke pensioenleeftijd. Deze blijft op vandaag ongewijzigd op 66 jaar (en 67 jaar vanaf 1 februari 2030). Ook de vereiste leeftijd en loopbaanduur om op vervroegd pensioen te gaan, blijven ongewijzigd (standaard 63 jaar mits 42 loopbaanjaren of ten vroegste vanaf 60 jaar mits 44 loopbaanjaren).
De definitie van een loopbaanjaar wordt verstrengd. Volgens de huidige regel bedraagt het aantal dagen dat men per jaar nodig heeft om een jaar te laten meetellen voor de loopbaanvoorwaarde van het vervroegd pensioen 104 effectief gewerkte of gelijkgestelde dagen. Vanaf 1 januari 2027 tellen enkel jaren met 156 effectief gewerkte of gelijkgestelde dagen mee als loopbaanjaar. De nieuwe vereiste van 156 dagen zal gelden voor alle loopbaanjaren, ook de jaren gelegen vóór 1 januari 2027, met uitzondering van het eerste loopbaanjaar (dat blijft op 104 dagen). Vervroegd op pensioen gaan wordt dus moeilijker.
Daarnaast wordt het vervroegd pensioen uitgebreid met de nieuwe mogelijkheid om reeds vanaf 60 jaar met pensioen te gaan na een lange effectieve loopbaan van 42 jaar waarbij elk loopbaanjaar minstens 234 effectief gewerkte dagen dient te tellen.
Pensioenbonus bij langer doorwerken
Zo kan een pensioenbonus onder geheel nieuwe voorwaarden worden opgebouwd wanneer men het wettelijk pensioen uitstelt tot na de wettelijke pensioenleeftijd én men voldoet aan de volgende drie voorwaarden:
(1) Een loopbaan van 35 jaar met minstens 156 effectief gewerkte dagen kennen;
(2) 7.020 effectief gewerkte dagen op de volledige loopbaan hebben;
(3) Nog geen enkel pensioen ontvangen.
Per jaar dat het pensioen wordt uitgesteld na de wettelijke pensioenleeftijd, wordt het bruto pensioenbedrag verhoogd met een percentage. De hoogte van het percentage hangt af van het geboortejaar van de betrokkene: 2% indien geboren vóór 1963, 4% indien geboren in 1963–1972 en 5% indien geboren vanaf 1973.
Pensioenmalus bij vervroegde uittrede
Vroeger stoppen wordt dan weer ontmoedigd door het invoeren van een pensioenmalus. De pensioenmalus vermindert immers het bruto pensioenbedrag voor zij die vervroegd met pensioen gaan en niet voldoen aan volgende malusvoorwaarden:
(1) 156 gewerkte dagen én
(2) 7.020 gewerkte dagen over de volledige loopbaan.
Het aangerekende maluspercentage varieert tussen de 2% en 5% en is afhankelijk van het geboortejaar. Dit percentage wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal jaren dat men vroeger stopt dan de wettelijke pensioenleeftijd.
Dit betekent dat ook al voldoet men aan de loopbaan- en leeftijdsvoorwaarden om op vervroegd pensioen te gaan, men alsnog een malus aangerekend krijgt wanneer men niet aan de malusvoorwaarden voldoet. Als men maar enkele dagen of maanden tekort komt om de malusvoorwaarden te vervullen, zal men wellicht het pensioen gaan uitstellen. De malusaanpassing op het bruto pensioenbedrag geldt immers maandelijks en is levenslang.
Jaren waarin geen 156 dagen worden bereikt, kunnen worden aangevuld met maximaal 5 reservedagen (op de totaliteit van de loopbaan).
Hiermee hebben we alvast de twee meest in het oog springende maatregelen onder de aandacht gebracht.
Hoewel veel elementen al zijn vastgelegd, blijven sommige maatregelen afhankelijk van parlementaire behandeling en publicatie in het Belgisch Staatsblad. Zowel de Federale Pensioendienst als het RSVZ benadrukken dat definitieve individuele gevolgen pas kunnen worden ingeschat zodra de wet officieel is goedgekeurd. Meer informatie kan u terugvinden onder de webpagina ‘Pensioenhervorming van 2025 – 2029’ van de Federale Pensioendienst die deze bijzonder complexe materie in mensentaal en aan de hand van verschillende voorbeelden toelicht.