Aanvullende pensioenen opbouwen in een multi-werkgeverspensioenfonds: wat is de meerwaarde?

109 miljard euro. Zoveel geld is er opgebouwd aan verworven pensioenreserves op 1 januari 2024 in ons land. Deze tweede pijler pensioenspaarpot wordt beheerd door twee types pensioeninstellingen. Volgens het sectorrapport van de FSMA beheren verzekeraars 88 miljard euro, terwijl de overige 21 miljard euro beheerd wordt door instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (hierna pensioenfondsen genoemd). Het aantal ondernemingen dat kiest voor een eigen pensioenfonds slinkt. Steeds vaker opteert men voor een multi-werkgeverspensioenfonds. Hoe verklaren we deze evolutie en wat zijn de voordelen?

U7353792727 Photorealistic image three people in a business mee 2ffb3126 57b1 497e a2f1 394c8fdecf27

Daling van het aantal pensioenfondsen, stijging van de pensioenreserves

20 jaar geleden telde ons land 224 pensioenfondsen. In 2025 zijn er dat nog maar 121. Hoewel er een gestage daling van het aantal pensioenfondsen plaatsvindt, zien we jaarlijks een mooie aangroei van de pensioenreserves binnen pensioenfondsen. Op 1 januari 2018 bedroegen deze pensioenreserves 14,4 miljard euro. Op 1 januari 2025 bedragen de pensioenreserves 22,2 miljard euro.

Redenen voor de daling van het aantal pensioenfondsen

De oorzaken van deze daling zijn te vinden in de toenemende regelgeving, de striktere verwachtingen en verscherpte controle door de toezichthouder (FSMA):

  • Het beheer van een pensioenfonds vraagt steeds meer kennis van het wettelijk kader inzake aanvullende pensioenen, het opzetten van een deugdelijk bestuur, het uitwerken van een risicobeheerkader alsook de vereiste kennis inzake het financieel en prudentieel beheer. Dit leidt bovendien tot een hogere tijdsbesteding voor de betrokken personeelsleden van de onderneming die functies bekleden in de Raad van Bestuur of in andere operationele organen van het pensioenfonds.
  • Het wordt voor ondernemingen met een eigen pensioenfonds tijdsintensief, vrij complex en duur om het eigen pensioenfonds te runnen. Het beheren van aanvullende pensioenplannen behoort immers niet tot de kernactiviteit van de onderneming. Zeer weinig pensioenfondsen hebben hiervoor eigen personeel, maar besteden zowel de operationele werking (onder meer pensioenadministratie) uit als de verplichte controlefuncties (met name interne audit, compliance, actuariële en risicobeheerfunctie). Het spreekt voor zich dat dit weegt op de kosten van de onderneming.

Dat alle pensioenfondsen op termijn zullen verdwijnen, is volgens ons te kort door de bocht. Grote pensioenfondsen blijven genieten van schaalvoordelen en houden graag vast aan hun beleggingsvrijheid en aan de eigen identiteit van het fonds. Wel stellen we vast dat de DORA-verordening, in voege sinds 17 januari 2025, een nieuw reflectiemoment creëert bij meerdere ondernemingen met een kleiner eigen pensioenfonds. Deze ondernemingen stellen zich de vraag of het nog haalbaar en betaalbaar is om het eigen pensioenfonds te behouden.

Alternatieve oplossingen

Wanneer ondernemingen overwegen om het eigen pensioenfonds stop te zetten, rijst uiteraard de vraag: “Wat kan een alternatieve oplossing zijn?”. Afhankelijk van de situatie en keuze van de onderneming zijn volgende alternatieven mogelijk:

  1. Voor ondernemingen met meerdere eigen pensioenfondsen kan een consolidatieoefening een eerste denkpiste zijn. In dergelijk geval zal men het aantal eigen pensioenfondsen reduceren en de verschillende pensioenplannen in één eigen pensioenfonds onderbrengen.
  2. Een andere optie is om het aanvullend pensioenplan over te dragen naar een verzekeraar, alvorens het pensioenfonds te ontbinden en vereffenen. In dat geval kiest men voor een verzekeringsproduct met een specifiek te volgen beleggingsbeleid.
  3. Een laatste alternatief is de mogelijkheid tot overstap naar een multi-werkgeverspensioenfonds. Deze laatste oplossing lijkt de laatste jaren steeds meer in opmars en lichten we hierna verder toe.

Voordelen van een multi-werkgeverspensioenfonds

Een multi-werkgeverspensioenfonds is een pensioenfonds opgericht op initiatief van dienstverleners die vertrouwd zijn met de wereld van pensioenfondsen. Deze dienstverleners zijn gespecialiseerd in pensioenadministratie, actuariële diensten, boekhouding, rapporteringsdiensten of bancaire diensten en hebben hun aanbod uitgebreid met een multi-werkgeverspensioenfonds.

Het multi-werkgeverspensioenfonds beheert de pensioenplannen van verschillende ondernemingen die niet tot dezelfde economische groep behoren. Deze ondernemingen verkiezen de pensioenfondspiste, zonder dat de onderneming zelf nog belast is met het runnen van een pensioenfonds. Ze genieten daarbij nog steeds van de voordelen die een pensioenfonds biedt:

  • Zo wordt bij het toetreden tot het multi-werkgeverspensioenfonds in de meeste gevallen het aanvullend pensioenplan van de onderneming ondergebracht in een afzonderlijk vermogen. De pensioenverplichtingen alsook de activa worden met andere woorden afzonderlijk beheerd met een aparte boekhouding, een aparte jaarrekening en jaarverslag naast de overkoepelende verslagen op niveau van het pensioenfonds.
  • Binnen de werking van het afzonderlijk vermogen is er voldoende betrokkenheid en inspraak vanuit de onderneming mogelijk via de oprichting van een apart operationeel orgaan en behoudt men, indien gewenst, beslissingsbevoegdheid over het beleggingsbeleid, de keuze van asset manager(s) en het financieringsbeleid van het aanvullend pensioenplan. Om de nodige inspraak te voorzien in het beslissingsproces van het pensioenfonds, voorziet de wetgever in een minimum-stemrecht voor de toegetreden ondernemingen.
  • Niet onbelangrijk: het volledige rendement wordt toegekend op de pensioenreserves. Pensioenfondsen zijn langetermijnbeleggers. Uit een analyse van de beroepsfederatie PensioPlus is er sprake van een gemiddeld nominaal jaarrendement van 6,2% en dit gemeten over een periode van 40 jaar. Gecorrigeerd voor inflatie, spreken we van een gemiddeld reëel jaarlijks rendement van 3,9%, wat opmerkelijk hoger ligt dan de wettelijke minimumrendementsgarantie waartoe een werkgever gehouden is op het aanvullend pensioenplan van zijn werknemers.

Vanbreda PensionFund & Beyond

Ook Vanbreda Risk & Benefits beschikt over een multi-werkgeverspensioenfonds: Vanbreda PensionFund & Beyond. Wij bieden hiermee een alternatief voor alle bestaande pensioenfondsen die de werking wensen stop te zetten. Het fonds staat ook open voor alle andere werkgevers die een pensioenfondsoplossing verkiezen boven een verzekeringsoplossing.

Heb je verdere vragen over dit multi-werkgeverspensioenfonds? Neem dan meteen contact op met je vertrouwde Account Manager Employee Benefits of Pension Consultant of stuur ons een e-mail: 

Heb je verdere vragen over dit multi-werkgeverspensioenfonds?

  • Neem dan meteen contact op met je vertrouwde Account Manager Employee Benefits of Pension Consultant.
  • Of stuur ons een e-mail: ebservices@vanbreda.be.

Gere­la­teer­de berichten

BSZF02326

Finan­ci­ë­le gelet­terd­heid, moe­ten we daar wak­ker van liggen?

Personen
11.05.2026

Geld speelt een centrale rol in ons leven, van alledaagse keuzes tot beslissingen met impact op onze toekomst. Toch blijkt voor veel mensen omgaan met geld allesbehalve vanzelfsprekend. In een wereld die financieel steeds complexer wordt, rijst dan ook de vraag hoe goed we echt gewapend zijn om doordachte financiële beslissingen te nemen. Financiële geletterdheid vormt daarbij een cruciale sleutel voor individuen én voor organisaties.

Lees meer
Lees meer over Financiële geletterdheid, moeten we daar wakker van liggen?
UUF19942

De pen­si­oen­her­vor­ming gaat de laat­ste fase in

Personen
07.05.2026

Begin maart 2026 bereikte de ministerraad een akkoord tijdens de derde lezing van de nieuwe pensioenwet, waardoor de pensioenhervorming nu klaar is voor behandeling in het parlement. Daarmee komt het dossier in een finale fase, met de ambitie om de hervormingsmaatregelen met betrekking tot het wettelijk pensioen vanaf 2027 stelselmatig in werking te laten treden. Het uiteindelijke doel van de hervormingen is om het stelsel duurzamer, rechtvaardiger en eerlijker te maken.

Lees meer
Lees meer over De pensioenhervorming gaat de laatste fase in
JOSEF03187

Een­heids­sta­tuut aan­vul­len­de pen­si­oe­nen: is jouw onder­ne­ming al goed voorbereid?

Personen
07.05.2026

Vanaf 1 januari 2030 treedt het eenheidsstatuut voor aanvullende pensioenen in werking. Concreet betekent dit dat een verschillend aanvullend pensioen voor arbeiders en bedienden die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, niet langer toegelaten is. Deze wetswijziging heeft een grote impact op werkgevers en vraagt een doordachte voorbereiding. Lees hieronder hoe wij jou als werkgever hierbij kunnen ondersteunen.

Lees meer
Lees meer over Eenheidsstatuut aanvullende pensioenen: is jouw onderneming al goed voorbereid?
U7353792727 Photorealistic image three people in a business mee 3d7dcf8a ee48 4965 90ae d55a7c2b40ea

Hoe beïn­vloedt de kre­diet­waar­dig­heid van Bel­gië ook je aan­vul­lend pensioen?

Pension consultancy
01.05.2026

Zopas verlaagde de kredietbeoordelaar Moody’s de rating van België van Aa3 naar A1. Daardoor zal België in de toekomst een hogere rente moeten betalen op toekomstige leningen. Deze daling in kredietrating kan op lange termijn ook een impact hebben op het minimumrendement op het tweede pijler aanvullend pensioen. Deze evolutie vraagt om een proactieve aanpak: werkgevers die tijdig anticiperen, kunnen hun aanvullend pensioenplan optimaal blijven afstemmen op hun HR- en verloningsbeleid.

Lees meer
Lees meer over Hoe beïnvloedt de kredietwaardigheid van België ook je aanvullend pensioen?