Let op voor phishing. Er circuleren momenteel mails in naam van Vanbreda Risk & Benefits die niet door onze medewerkers zijn verzonden. Ontvang je een e-mail met domeinnaam @vanbreda-be.com? Klik er niet op en meld het aan je vaste contactpersoon bij onze organisatie. Onze e-mailadressen eindigen steeds op @vanbreda.be.

De WAP-garantie versus onderfinanciering: wat is de verantwoordelijkheid van de werkgever?

Welke verplichtingen heb je als de werkgever in geval van onderfinanciering van jouw groepsverzekering? Je leest het in dit artikel.

Man met geld

Minimale rendementsgarantie of WAP-garantie

De minimale rendementsgarantie of WAP-garantie is het minimale rendement dat de werkgever volgens de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) verplicht moet garanderen tot uitdiensttreding of pensionering op de werkgevers- en werknemersstortingen in een groepsverzekering van het type vaste bijdragen (‘Defined Contribution’) en cash balance. De WAP legt deze verplichting op aan de inrichter van de groepsverzekering, lees de werkgever, en niet aan de pensioeninstelling. Indien het rendement van de verzekeraar ontoereikend is, zal de werkgever het verschil dus uit eigen zak moeten bijpassen.

In een groepsverzekering van het type vaste prestatie (‘Defined Benefit’) geldt deze minimale rendementsgarantie enkel op de werknemersstortingen en dient de werkgever ervoor te zorgen dat de reserves volgens wettelijke regels toereikend zijn in functie van de beloofde prestatie.

Tot vóór 2016 bedroeg deze minimale rendementsgarantie een vast percentage, namelijk 3,25% op de stortingen van de werkgever en 3,75% op de stortingen van de werknemer. Sinds 1 januari 2016 is deze rendementsgarantie jaarlijks variabel en wordt deze bepaald door de Nationale Bank van België op basis van het gemiddelde percentage van de Belgische OLO’s op 10 jaar, met een minimum van 1,75% en een maximum van 3,75%. Dit geeft als resultaat dat sinds 2016 de wettelijke minimale rendementsgarantie of WAP-garantie 1,75% bedraagt, zowel op werkgevers- als op werknemersstortingen.

Rendementsverplichting van de werkgever

De rendementsverplichting van de werkgever in de groepsverzekering is tweeledig:

  • Op de werkgeversstortingen moet de werkgever een minimumrendement van 1,75% op de gestorte premies voor het pensioendeel waarborgen, na aftrek van een maximum van 5% kosten en van eventuele risicopremies. Binnen de eerste 5 jaar mag de kapitalisatie tegen 1,75% evenwel vervangen worden door de aan de spilindex gekoppelde indexering, gebaseerd op de gezondheidsindex van de consumptieprijzen, indien die een lager resultaat oplevert.
  • Op de werknemersstortingen moet de werkgever een minimumrendement van 1,75% op de gestorte premies waarborgen, zonder aftrek van kosten en na aftrek van eventuele risicopremies.

Enkel op de werknemersstortingen moet het verplichte minimumrendement op elk ogenblik collectief gefinancierd zijn. Een tekort op de werkgeversstortingen moet echter niet te allen tijde gefinancierd zijn, maar dient enkel aangezuiverd te worden in de volgende situaties:

  • voor de individuele aangeslotene bij pensionering;
  • voor de individuele aangeslotene bij een uittreding die gepaard gaat met een transfer van de reserves;
  • voor alle aangeslotenen bij de collectieve stopzetting van de pensioentoezegging.

Praktische verwerking

De meeste verzekeraars berekenen minstens één keer per jaar of de groepsverzekering al dan niet voldoende gefinancierd is ten opzichte van de minimale rendementsgarantie. Een tekort op de werknemersstortingen wordt steeds onmiddellijk opgevraagd, maar ook in geval van een tekort op de werkgeversstortingen vraagt de verzekeraar vaak een bijfinanciering aan de werkgever, evenwel rekening houdend met het saldo van het financieringsfonds.

Zoals hierboven reeds gemeld, is de werkgever niet verplicht om een tekort op de werkgeversstortingen onmiddellijk bij te financieren. Indien hij dit niet doet, zal op de pensioenfiches van de aangeslotenen echter vermeld worden dat het financieringsniveau van hun groepsverzekering geen 100% bedraagt. Om die reden kiezen werkgevers er soms toch voor om de groepsverzekering te allen tijde te financieren tot op het niveau van de minimale rendementsgarantie, hoewel zij daartoe dus niet wettelijk verplicht zijn.

In de praktijk zien we dat uw bedrijfsrevisor in veel gevallen het financieringsniveau van uw groepsverzekering (op basis van de berekeningen van de verzekeraar) opvraagt. Hij kan dan bijvoorbeeld oordelen dat de bijfinanciering van een tekort niet onmiddellijk nodig is, maar dat hiervoor wel best een boekhoudkundige provisie aangelegd wordt.

Gere­la­teer­de berichten

Aesthetic Minimal Laptop On Table Mockup Instagram Post 5

Laat uw werk­ge­ver mee­be­ta­len voor uw gezondheid

Pers
28.03.2025

Steeds meer werknemers willen een tandzorg- of een andere gezondheidsverzekering via de werkgever. Die kan zo'n polis collectief aanbieden of via een cafetariaplan. Ook dat laatste is financieel interessant voor u. Consultant Health Care Steffi Petit en General Manager Health Care Bob Duys gaven in De Tijd meer uitleg over het succes daarvan.

Lees meer
Lees meer over Laat uw werkgever meebetalen voor uw gezondheid
U7353792727 Photorealistic image three people in a business mee 2ffb3126 57b1 497e a2f1 394c8fdecf27

Aan­vul­len­de pen­si­oe­nen opbou­wen in een mul­ti-werk­ge­ver­s­pen­si­oen­fonds: wat is de meerwaarde?

Personen
26.03.2025

109 miljard euro. Zoveel geld is er opgebouwd aan verworven pensioenreserves op 1 januari 2024 in ons land. Deze tweede pijler pensioenspaarpot wordt beheerd door twee types pensioeninstellingen. Volgens het sectorrapport van de FSMA beheren verzekeraars 88 miljard euro, terwijl de overige 21 miljard euro beheerd wordt door instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (hierna pensioenfondsen genoemd). Het aantal ondernemingen dat kiest voor een eigen pensioenfonds slinkt. Steeds vaker opteert men voor een multi-werkgeverspensioenfonds. Hoe verklaren we deze evolutie en wat zijn de voordelen?

Lees meer
Lees meer over Aanvullende pensioenen opbouwen in een multi-werkgeverspensioenfonds: wat is de meerwaarde?
U7353792727 A wide angle photo of a team meeting between collea 5efaa5ec 37e6 4450 a40f 02c9a71cc2ee

Wat bete­kent de stij­ging van de wet­te­lij­ke ren­de­ments­ga­ran­tie op aan­vul­len­de pen­si­oe­nen voor jouw onderneming?

Personen
21.03.2025

Op de bijdragen voor het aanvullend pensioen moet de werkgever op grond van de Wet Aanvullende Pensioenen (WAP) een minimumrendement garanderen over de duurtijd van de aansluiting. Dat minimumrendement wordt jaarlijks op 1 juni berekend en gaat in op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Sinds 2016 bedroeg dit rendement 1,75%; vanaf 2025 stijgt dit naar 2,50%. Wat is de impact hiervan op jou als werkgever?

Lees meer
Lees meer over Wat betekent de stijging van de wettelijke rendementsgarantie op aanvullende pensioenen voor jouw onderneming?