In plaats van een procentuele indexering op het volledige loon, wordt in 2026 en 2028 enkel het deel tot 4.000 euro bruto geïndexeerd. Bij een inflatie van 2% betekent dit een verhoging van 80 euro bruto, ongeacht hoe hoog het loon boven die drempel ligt. Voor vele Belgen betekent de centenindex niet alleen een lager geïndexeerd loon, maar ook een vermindering van het pensioenkapitaal in de tweede pijler. Aangezien 70-80% van alle werkende Belgen een tweede pijler pensioenplan heeft, bijvoorbeeld via een sectorplan, treft deze maatregel een grote groep.
Hoe groot de impact precies is en wie dit het meest zal voelen in de portefeuille, is afhankelijk van enkele factoren. We houden bij volgende berekeningen alleen rekening met pensioenplannen van het type ‘vaste bijdrage’ (= defined contribution), waarbij de inleg een percentage van het loon bedraagt.
We berekenden dat het effect op het aanvullend pensioen sterk verschilt naargelang:
- Het type pensioenplan (flat rate vs. steprate – zie tabel hieronder)
- De leeftijd van de werknemer
- Het salarisniveau
Type pensioenplan |
Flat rate: vooral jonge werknemers met een hoog loon boeten in |
Steprate: vooral impact op werknemers met een loon net boven het pensioenplafond |
Bij plannen waar een vast percentage van het volledige loon wordt ingelegd (flat rate), blijft het verlies op het eindkapitaal relatief beperkt. Het procentuele verlies schommelt rond 1-2%, ongeacht het ingelegde percentage. Daarbij spelen leeftijd en loon een belangrijke rol: hoe jonger de werknemer en hoe hoger het loon, hoe groter het nominale verlies op lange termijn. |
Bij steprate-formules – waarbij hogere looncomponenten een hoger bijdragepercentage krijgen – is de impact groter. Werknemers met een loon net boven het jaarlijks wettelijk pensioenplafond (80.485 euro bruto) worden het zwaarst getroffen. Het procentuele verlies schommelt rond 4-5%, met nominale verliezen die oplopen bij hogere lonen. Werknemers met een loon boven 4.000 euro bruto zien niet alleen hun nettoloon dalen, maar ook hun pensioenpot krimpen. |
Bron: Vanbreda Risk & Benefits
Conclusie: voor flat rate plannen is de impact eerder beperkt. Voor step rate plannen, vooral voor personen met een loon rond het wettelijk plafond, is de impact meer uitgesproken.
In dit geval geldt: hoe langer de resterende carrière, hoe groter het cumulatieve effect op het eindkapitaal. Twee voorbeelden:
- Werknemers ouder dan 55 jaar zullen nominaal enkele duizenden euro’s minder opbouwen tegen het einde van hun loopbaan.
- Voor jongeren (werknemers onder de 35 jaar) met een bovengemiddeld loon kan het verlies oplopen tot 15.000 à 20.000 euro bruto tegen pensioenleeftijd.
Concreet: onderstaande tabel toont de impact aan voor een 35-jarige werknemer, aangesloten aan een mediaan defined contribution-plan, en dit op basis van verschillende salarisniveaus.
Salaris |
Verlies kapitaal |
4.000 euro |
-0,07% |
5.000 euro |
-0,81% |
6.000 euro |
-4,69% |
7.000 euro |
-4,34%* |
8.000 euro |
-4,18%* |
*Het verlies aan het stuk boven het wettelijk pensioenplafond weegt minder zwaar door naarmate het loon stijgt (vanaf 6.000 euro). Dit verklaart de procentuele daling in verlies in kapitaal. In absolute waarde neemt dit echter toe naarmate het loon stijgt.
Voor een loon van 5.000 euro bruto is dit dus (met een multiplicator van 13,92 (= jaarloon, inclusief dertiende maand en vakantiegeld)) voor 2026:
- Full index salaris = 5.000 * 13.92 * 1.02 = 70.992 è Premie * 3% = 2.130 euro
- Capped salaris = (5.000 + 80) * 13.92 = 70.714 è Premie * 3% = 2.121 euro
Er is rekening gehouden met het cumulatieve effect. In de berekeningen zijn de toekomstige premies berekend met en zonder indexsprong van het salaris tot aan pensioenleeftijd (67 jaar). Het is vooral het effect van samengestelde interest die ervoor zorgt dat een kleine correctie in het begin van de loopbaan een relatief grote impact heeft op pensioenleeftijd. Er is ook geen cap op de stijging van het wettelijk pensioenplafond.
Het is niet enkel de interest op de 9 euro (zie voorbeeld hierboven), maar ook de opbouw op toekomstige premies die we in rekening hebben gebracht. In de projecties hebben we een inflatie van 2% verondersteld. Hieronder zie je het samengestelde effect van daling van de premies en verlies van interest op dit deel van premies dat een impact heeft op eindleeftijd:
2026 |
Full index salaris = 5,000 * 13.92 * 1.02 = 70.992
➡️ Premie * 3% = 2.130 |
Capped salaris = (5,000 + 80) * 13.92 = 70.714
➡️ Premie * 3% = 2.121 |
Delta premie = 9 |
2027 |
Full index salaris = 70.992 * 1.02 = 72.412
➡️ Premie * 3% = 2.172 |
Capped salaris = 70.714 * 1.02 = 72.128
➡️ Premie * 3% = 2.162 |
Delta premie = 10 |
2027 |
Full index salaris = 72.128 * 1.02 = 73.860
➡️ Premie * 3% = 2.216 |
Capped salaris = 72.128 + 80 * 13.92 = 73.241
➡️ Premie * 3% = 2.197 |
Delta premie = 19 |
2028 en verder |
2% index per jaar op full en capped salaris voor de berekening van de toekomstige premies. |
De maatregel komt op een moment dat de overheid en werkgevers inzetten op meer verantwoordelijkheid voor pensioenopbouw. Het is dus cruciaal dat werknemers én werkgevers zich bewust zijn van dit neveneffect en nadenken over compensatiemogelijkheden om een financieel zekere toekomst te garanderen.
Heb je vragen over dit persbericht of ontvang je graag meer informatie? Neem contact op met:
- Isabelle Hoes
- Senior Advisor External Communication bij Vanbreda Risk & Benefits
- E-mail: pers@vanbreda.be