Welke impact hebben de begrotingsmaatregelen op het wettelijk pensioen?

In haar ambitie om Belgen langer aan het werk te houden heeft de regering in haar recente begrotingsakkoord van 15 oktober 2016 maatregelen opgenomen die een impact hebben op wettelijk pensioenvlak. Dit zal de basis vormen voor het overleg met de sociale partners. Op basis van dit overleg zijn aanpassingen of bijsturingen op onderstaande voorstellen mogelijk.

Welke impact hebben de begrotingsmaatregelen op het wettelijk pensioen?

1. Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Voor werknemers die vanaf 2018 in SWT (i.e. het vroegere brugpensioen) gaan, zullen de niet-gewerkte jaren zwaarder doorwegen op de uiteindelijke berekening van het wettelijk pensioen.

Voor alle jaren in brugpensioen zal het minimumjaarrecht als basis voor de berekening van het wettelijk pensioen worden genomen en niet langer het laatste en doorgaans hogere loon. Deze methode werd ook al onder de regering-Di Rupo toegepast voor brugpensioenen die ingingen vóór de leeftijd van 60 jaar. Nu zou deze regel ook toegepast worden op de categorie van werknemers die vanaf 60 jaar op SWT gaan.

Een uitzondering zou wel gemaakt worden voor wie in SWT gaat na een collectieve ontslagronde.

Een voorbeeld:

Een werknemer gaat op 60 jaar in SWT. Zijn laatste loon is hoger dan de pensioengrens (> 53.528,57 EUR in 2016). Tot op heden zou voor de pensioenberekening rekening gehouden worden met het maximumplafond voor de periode van 60 tot 65 jaar. De nieuwe regeling zou er voortaan toe leiden dat er enkel wordt rekening gehouden met het minimumloon van 23.374,55 EUR tijdens de periode van 60 tot 65 jaar. Een berekening leert ons dat deze maatregel er zou toe leiden dat deze werknemer ongeveer 2.000 EUR per jaar of 168 EUR per maand minder opbouwt dan onder de huidige regeling.

2. Langdurige werkloosheid

Vanaf het tweede jaar werkloosheid zal het latere pensioenbedrag voor die jaren van werkloosheid worden berekend op basis van het minimumrecht en niet langer op basis van het werkelijke loon dat de werknemer verdiende vóór de werkloosheid.

3. Verhoging wettelijke pensioenleeftijd voor rijdend personeel NMBS en militairen

De huidige pensioenleeftijd voor het rijdend personeel van de NMBS en de militairen is tot op vandaag 55 jaar. Er werd beslist om vanaf 2018 de wettelijke pensioenleefijd op te trekken tot 57 jaar. Vervolgens zal die pensioenleeftijd geleidelijk de hoogte ingaan tot 63 jaar in 2030 wat neerkomt op een verhoging van de pensioenleeftijd met telkens 6 maand per jaar vanaf 2019 (57,5 jaar in 2019, 58 jaar in 2020, 58,5 jaar in 2021,…).

4. Doorwerken na de wettelijke pensioenleeftijd

Tot nog toe bouwden werknemers met een volledige loopbaan (45 jaar) geen bijkomende pensioenrechten meer op als ze nog verder bleven doorwerken. Dit zou nu veranderen. Werknemers met een volledige loopbaan (45 jaar en equivalent van 14.040 dagen) zouden nog extra pensioenrechten kunnen opbouwen voor de dagen die ze extra presteren boven de 14.040 dagen.

5. Veralgemening van de aanvullende pensioenen

Vanaf 2018 zal elke werknemer op eigen initiatief een tweedepijlerpensioen kunnen opbouwen, ook indien zijn werkgever zo’n plan niet aanbiedt. De werknemer zal een deel van zijn loon kunnen laten inhouden en zal binnen bepaalde grenzen het bedrag zelf kunnen laten bepalen.

Saskia Defreyne

Wij zijn er voor u.

Schrijf u in op onze nieuwsbrief.